&lsquo;t Web<br />Nummer 3 1995

‘t Web
Nummer 3 1995

Download hier het hele tijdschrift

Artikelen

Een startpakket op maat?

Corina van Doodewaard

Opmaat is een boek over bewegen en muziek, geschreven door Ans Kremer, docente bewegen en muziek aan de Groningse ALO.
Dat het hoog tijd werd voor een praktijkboek bewegen en muziek is duidelijk. Met de invoering van de basisvorming kwam voor sommigen dit vak als een bedreiging weer tevoorschijn; moeten we het dan echt gaan geven? En juist deze groep is de doelgroep van dit boek; de (opnieuw) beginnende lesgever in bewegen en muziek.
Het is een makkelijk te gebruiken boek door zijn heldere indeling. Eerst wordt een theoretische ondergrond gelegd om daarna te starten met de praktijkblokken. De verschillende hoofdstukken kunnen bijna afzonderlijk gelezen worden. Een nadeel daarvan is echter dat regelmatig verdubbelingen optreden. Iets dat in een  orig hoofdstuk al stond vermeld, wordt herhaald omdat het nu in een ander kader staat.
Laten we eerst maar eens kijken naar de inhoud van het boek.

Een reaktie op "over het Reilen en Feilen van de didaktiek"

Chris Hazelebach

In de kop van het artikel van Karel Verwey staat al de kern van mijn kritiek vermeld.
Er staat niet het "reilen en Zeilen" van de didaktiek, maar het reilen en Feilen van de didaktiek. Het is weer een nieuwe poging om "de didaktiek" als zinloos aan de kant te schuiven en te geloven in de almacht van de lesgever die in het gebeuren vanzelf zal zien wat werkelijk van belang is.
Gelukkig relativeert Karel zelf deze aanval door de wens uit te spreken voor een "middelgroot verhaal" waarin de theorie van de betekenisgebieden, de grondgedachte van de zinsamenhangen, de modellen van Loopstra en de procedures van het aktiviteitsdenken een plaats krijgen. (Noem dat maar "middelgroot verhaal").
Een verhaal waar bovengenoemde theorietjes een plaats krijgen zou ik gewoon een didaktiek willen noemen.
De gevaren van zo'n didaktiek zijn minder groot dan Karel denkt. Ik ben nog geen enkele vakleerkracht tegengekomen die volgens "de didaktiek" of "de methodiek" zijn lessen geeft. Elke leerkracht 'is eigenwijs genoeg om af te wijken van datgene wat de theorie voorschrijft (net zo eigenwijs dus als de kinderen).
Eerder ben ik bang dat leerkrachten te makkelijk meegaan met de belangen van sommige leerlingen, en in de "blinde proces" (zoals Karel dit noemt) hebben de machtige leerlingen meer in te brengen dan de zwakkere. Karel heeft zelf een prachtige artikel over deze problematiek geschreven: "Van individualiseren naar groeperen" (web '93 nr 1).

Ho-die bal

Hardy Heijmen

Om erachter te komen of een zelf ontworpen spel voldoet aan de eisen die je jezelf stelt, is het van belang dat het spel uitgeprobeerd en bekritiseerd wordt. Dit kun je doen door zelf het spel te spelen, kritisch te analyseren en vervolgens aan te passen. Dit proces ben ik aangegaan. Ha-die bal is hieruit ontstaan.
Om het spel te verbeteren wil ik u vragen dit spel te spelen en van commentaar te voorzien.

Zonder woorden

-

Zonder woorden

Volleybal in het basisonderwijs

-

Volleybal is een technisch moeilijk spel. De normale volleybal methodieken werken wanneer er voldoende oefentijd is en de kinderen gemotiveerd zijn om lang te oefenen.
In het basisonderwijs is te weinig tijd beschikbaar om de kinderen de techniek van het volleyballen via de normale methodiek aan te leren.
Misschien is dit een reden waarom in het basisonderwijs het volleyballen weinig aandacht krijgt.
In een workshop op een studiedag van de AGOV is een aantal volleybalachtige aktiviteiten gepresenteerd die mogelijk beter aansluiten bij de hedendaagse praktijk van het bewegingsonderwijs op een basisschool en die ook relevant kunnen zijn voor volleybaltrainingen aan beginnende volleyballers in de vereniging.
Het bewegingsonderwijs wqrdt tegenwoordig gekenmerkt door een werkwijze waarbij de kinderen in kleine groepjes in verschillende hoeken van de zaal verschillende aktiviteiten doen.
Bv. 8 kinderen zijn aan het bokspringen, een ander groepje is een tikspel aan het spelen, het derde groepje is aan het balanceren en het vierde groepje is met een volleybalaktiviteit bezig. Na 10 minuten draaien de groepjes door naar een andere aktiviteit. Dit betekent dat de lesgever niet meer overal met zijn/haar neus boven op kan staan en dat de kinderen veel zelf moeten regelen.
De aktiviteiten die in dit artikel beschreven staan passen in zo'n organisatievorm, maar kunnen ook gebruik worden voor een les of training waarbij in verschillende delen van de zaal alleen maar volleybalaktiviteïten gedaan worden.
De onderstaande aktiviteiten zijn niet nieuw. Nieuw is misschien wel de wijze waarop bv. een simpele mik-volleybal-vorm nog eenvoudiger of moeilijker gemaakt kan worden.
Bovendien worden de volleybalaktiviteiten niet alleen gebruikt om het eindspel volleybal aan te leren maar ook om de kinderen de kans te geven te genieten van datgene wat ze "volleyballend" al kunnen.

12
 

Zoeken

Zoekterm

Auteur

Uitgave

Rubriek