Header 't Web

Nummer 2


Artikelen

NADer bekeken: een kliniek in beweging (deel 1)

Nu de bewegingstherapie zich (zie vorig themanummer ...... ) ook binnen 't Web mag verheugen op een eigen en duidelijk verworven plaats, wil ik in dit verband er toch op wijzen dat beiden (bewegingstherapie en bewegingsonderwijs) weliswaar hetzelfde aangrijpingspunt hebben, namelijk 'de zich bewegende mens', maar in essentie wezen-lijk van elkaar verschillen en te onderscheiden deelgebieden zijn met eigen invalshoeken en accenten.
Met andere woorden: bewegingstherapie is géén veredeld bewegingsonderwijs met een psychologisch sausje. Men richt zich dus niét op de beweging zelf of op verbeteren van motorische vaardigheden, doch men hanteert het bewegen en de lichamelijkheid als middel om mensen met psychosociale problemen te helpen deze problemen gunstig te beïnvloeden en het handelen te optimaliseren, wat ook inhoudt dat waar noodzakelijk of gewenst, getracht wordt uitval op te heffen of te vermijden. Kortom: therapie onderscheidt zich van onderwijs hierin dat, therapeutisch handelen gericht is op verstoringen van de dialoog tussen de persoon en zijn omgeving. Therapie wil deze dialoog herstellen, terwijl onderwijs gericht is op de ontwikkeling van mogelijkheden van de persoon, de dialoog uit te bouwen en te onderhouden.


Sportstimulering op de baisschool, realiteit en illusie

In dit artikel probeer ik een discussie te openen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van sportstimuleringsprojecten op de basisschool. Het begint met een schets van een aantal projecten dat op dit moment plaatsvindt. Daarna volgen een aantal kritische opmerkingen.
Gesteund door het boek "Verborgen competities" over de uiteenlopende populariteit van sporten, geloof ik niet zo in de direkte koppeling van introduktie-sport-Iessen op school en de verwachte ledenstijging bij de sportbond. Bovendien wil ik de stelling poneren dat sportstimulering op de basisschool niet wenselijk is als de sportbonden (verenigingen) niet bereid zijn de regelingen en spelvormen aan te passen aan middelmatig bewegingsbegaafde kinderen.


Over het reilen en feilen van de didaktiek

De niet aflatende onderwijsbezuinigingen hebben de laatste jaren meer en meer het vak bewegingsonderwijs onder druk gezet. De bewegingsonderwijs-lobby reageert hier.op met een hernieuwde legitimering: waarom is voldoende en goed bewegingsonderwijs van belang. Dit accent op de doelstellingen
van ons vak leidt in de praktijk tot doelmatigheid en grotere aanpassing van leerlingen aan het onderwijsprogramma. Die kant moet het niet op. In dit artikel wordt gepleit voor een flexibele didaktiek die zich aanpast aan de verwachtingen en mogelijkheden van leerlingen zonder het onderwijsperspektief uit het oog te verliezen. Kinderen zijn niet gebaat bij centraal vastgelegde doelstellingen primair bedoeld om de marktwaarde van ons vak te vergroten. Enkel door een nauwgezette aanpassing van het bewegingsaanbod aan specifieke groepen kinderen kan bewegen tot leven worden gebracht. Over deze laatste stelling gaat dit artikel.


Zonder woorden


Workshop over bewegingsonderwijs aan kleuters

De katholieke groepering van de KVLO hield vrijdag 16 december j.l. haar 27-e 'Thomas-oriëntatiedag. Het thema was Lichamelijke Opvoeding vóór en na de Basisvorming. De dag was in kwantitatief opzicht zeer geslaagd; er kwamen ruim 500 deelnemers naar de KALO in Tilburg. Er waren uitgebreide keuzemogelijkheden. De doelgroepen voor de workshops varieerden van kleuters tot en met de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.


Op zoek naar een ontwerpkader voor spelaktiviteiten tbv verstandelijk gehandicapten

Voor gym leerkrachten in het onderwijs heeft de theorie van de betekenisgebieden geholpen bij het zoeken naar betere spelaktiviteiten. Ook bewegingsagogen die met verstandelijk gehandicapten werken maken geregeld gebruik van spelaktiviteiten die bv in het werkboek bewegingsonderwijs voor de basisschool staan.
In de praktijk blijkt dat er ook waardevolle spelaktiviteiten gedaan worden die niet goed onder te brengen zijn in een bepaald betekenisgebied.
Dit kan tot de conclusie leiden dat de theorie van de betekenisgebieden niet relevant is voor dit werkveld.
De voorbereidingscommissie van de studiedag was echter van mening dat deze conclusie niet te snel getrokken moest worden omdat de theorie in de afgelopen jaren wel dienstbaar is geweest bij het zoeken naar goede spelaktiviteiten.
In dit verhaal proberen we de theorie van de betekenisgebieden aan te passen
aan de praktijk van dit werkveld.


Kleine verhaaltjes...


Il y a: Ravijn